Toen Djoke op 22 september 1959 werd geboren op de Lindenlaan in het huisje op nummer 52 - “het staat er nog steeds” - kon ze niet bevroeden wat voor wendingen haar leven zou maken. Haar vader komt oorspronkelijk uit Friesland en haar moeder uit Scheveningen. Omdat haar vader als elektrotechnicus werkte bij Philips, kwamen haar ouders in Huizen terecht en werd zij daar geboren. Volkomen gezond en zonder beperkingen.

(Tekst gaat na de foto verder)


Djoke met haar vader op het gemeentehuis tijdens een huldiging in 2017. (Foto: Bob Awick)

Ze ging naar de Koningin Wilhelminaschool. “Ik herinner me nog het oude gebouw, een aantal leraren en juffies en het plein waar we wel eens mochten korfballen in de pauze.” Ze speelde graag buiten. Voetballen met de buurjongens, stoepranden, hutten bouwen en zwemmen bij Sijsjesberg. “Iedere morgen om 7.00 uur in het onverwarmde water. Mijn vader en moeder zwommen ook, dus was dat heel gewoon voor ons.”

‘Ik was zo stijf als een plank en vond dat turnen niets’

Omdat de dokter het advies had gegeven om Djoke te laten turnen, was dat haar eerste sport in clubverband. “Ik was zo stijf als een plank en vond dat turnen niets. Alleen de laatste vijf minuten waren leuk, want dan deden we spelletjes als apenkooien of met de bal spelen. Toen ik een jaar of 8 was, mocht ik een tweede sport kiezen en koos ik voor waterpolo. Ik speelde in het water altijd al graag met de bal. Eerst was ik keeper vanwege mijn lange armen, maar van het stilliggen werd ik ijskoud en dus werd ik midvoor. Dat was veel leuker, vooral omdat ik punten kon scoren.”

Na de lagere school ging ze naar het Willem de Zwijger in Bussum. “Toen kwam er een dependance in Huizen en dat werd Stad en Lande en daar heb ik verder mijn opleiding gedaan. Nadat ik geslaagd was voor het atheneum heb ik een tussenjaar gedaan. Dat was in een vormingsklas in Hilversum op een huishoudschool. Ik leerde allerlei praktische dingen, zoals typen, koken en naaien. We deden veel handenarbeid en liepen stage. Het was eigenlijk een jaar voor leerlingen die te jong waren om een verzorgende opleiding te doen. We kregen dus ook gezondheidsleer, psychologie en we sportten veel. Ik heb er ontzettend veel lol gehad.”

Net voordat ze naar de middelbare school ging, was ze ook al begonnen met volleybal. De sport waarin ze later op de Paralympische Spelen furore maakte en de sport die er ook toe leidde dat ze een beperking opliep. “Maar daarvoor had ik al de lerarenopleiding afgerond. Ik heb Nederlands gedaan en textiele werkvormen. Nederlands als tweede taal in mijn geval. Bij mijn afstuderen heb ik die twee gecombineerd. Ik had een heel lespakket ontwikkeld om de woordenschat uit te breiden waarbij ik textiele werkvormen had toegepast.”

Visio

Na haar afstuderen ging ze aan de slag. “Anderstalig onderwijs was veelal vrijwilligerswerk en de zorg trok me. Uiteindelijk ben ik bij Visio terecht gekomen. Bijzonder daaraan is dat ik al heel jong een wens had om daar te gaan werken. Bij de Goede Herderkerk had je oogstdiensten en dan nam je fruit mee en maakte je bakjes. We brachten deze naar ouderen, maar ook naar het Blindeninstituut aan de Oude Amersfoortsestraatweg. Dat Blindeninstituut leek me wel interessant en daar wilde ik wel werken.”

Later paste ze op bij drie meisjes. “Hun moeder werkte bij het Elizabeth Kalishuis van Visio. Ze zei me dat ik eens daar moest solliciteren. Zo kwam ik op de weverij terecht. Ik herinner me Marga nog, een meisje dat blokfluit speelde. Dat heb ik zelf trouwens ook gedaan, later alt en dwarsfluit. Haar had ik ook gezien toen we het fruit hadden gebracht. Toen wist ik haar naam nog niet. Bijzonder dat je dan zo’n 20 jaar later er uiteindelijk toch gaat werken.”

‘Bij de warming up werd ik hard getackeld en kwam ten val’

Ze speelde nog steeds volleybal en daar ging het mis. “Bij de warming up speelden we voetbal en daar werd ik hard getackeld en kwam ten val. Daardoor kreeg ik pijn in mijn voet. Ik ben daar lang mee doorgelopen, maar op een gegeven moment ging dat niet meer. Ik was toen rond de 25 jaar. Pas veel later bleek het dus een klein scheurtje te zijn, waar een dikke knobbel uitgroeide. Dat was extra bot. Ik ben daaraan geopereerd en kreeg posttraumatische dystrofie, tegenwoordig heet dat Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS).”

Inventief en creatief als ze was, probeerde ze op allerlei manier nog staand te blijven volleyballen. “Lopen deed ik met een afwikkeling onder schoen, met een slipper aan en later met orthopedische schoenen die ik zelf ontwierp in vrolijke kleurtjes. Toen dat ook niet meer ging, kreeg ik eerst afneembaar gips en later een spalk.”

Daar bleef het niet bij. Ze stootte haar knie en daar kreeg ze hetzelfde. “Met een infuus zou het overgaan. Dat gebeurde ook, alleen kreeg ik het daardoor wel in mijn arm. Die werd heel gevoelig. Ook daar kreeg ik een spalk voor. Zitvolleyballen met één hand moest ik mezelf weer helemaal aanleren. Dat was niet eenvoudig. Dat vond ik super frustrerend. Als ik met een arm blokte, sloegen ze er langs bij het volleybal. Ik ben toen heel hard gaan trainen om mijn arm weer omhoog te krijgen, zodat ik weer met twee handen kon blokken. Dat deed heel erg veel pijn, maar dat wende wel. Wanneer de bal bij de tegenpartij op de grond viel, was de pijn snel vergeten.”

Zitvolleybal

Toen het staand volleyballen niet meer lukte, ging ze zitvolleyballen bij Olly B in Bussum. Later werd dat Trivolley vanwege een fusie met twee andere verenigingen. Toen er geen team meer was, vertrok ze naar Utrecht naar GSVU (Gehandicapten Sportvereniging Utrecht). Toen de vereniging werd opgeheven, kwam ze bij Volleer in Leersum terecht en later speelde ze met het damesteam competitie onder de naam Taurus.

“Het bleek dat er nog geen Nederlands dameszitvolleybalteam was. Daar kwamen we als fanatieke supporters van het mannenteam achter. Daarop kwamen we in Harfsen bij elkaar voor een soort selectie. Dat was in 1992. Toen was zitvolleybal voor dames nog geen Paralympische sport. We deden daarna wel mee aan EK’s en WK’s en Eurocups en het sporten werd serieuzer met trainingskampen en buitenlandse reizen.”

‘Ik sliep met een ander in het materialenhok op harde matten’

Met een lach herinnert ze zich nog die pionierstijd. “Harfsen was het thuishonk van het nationaal zitvolleybal. De kantine zat boven en je had geen lift. Als we weekeinde trainden, namen sommige dames een tentje mee. Ik sliep met een ander in het materialenhok op harde matten en een paar in de kleedkamer. Gelukkig hadden we goede warme douches, want na zo’n nacht was je wel stijf. Boterhammen namen we zelf mee. Of we bivakkeerden in een hostel waar je met zijn tienen in een slaapzaal heerlijk kon slapen, maar niet heus.”

“Ons eerste toernooi was het EK in Finland. We hadden nog geen shirts of andere kleding. Bij de NEBAS, de Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten, hebben we trainingspakken geleend en we hadden een set shirts van een wedstrijdteam waar enkele dames speelden. Dat soort dingen. Ik kan er hartelijk om lachen, het was hartstikke leuk.” Later werden de faciliteiten beter. Ze konden terecht in het militair revalidatiecentrum in Doorn. “Een van onze teamleden in Uruzgan op missie geweest en was daar bij een bombardement een been verloren. Zij had die contacten en we waren van harte welkom.”

Tennissen

Inmiddels was ze op aanraden van het revalidatieteam van de Trappenberg ook gaan tennissen. “Toen ik problemen met mijn arm had, dachten ze dat ik niet meer kon volleyballen. Sportdocent Atie de Koo vond rolstoeltennis wel een geschikte sport voor mij. Ze zei: ‘In de Expohal in Hilversum is een tennisleraar die ook rolstoeltennis les geeft. Daar traint ook een leuke jongen’.” Met een geleende rolstoel begon ze daar bij Wim Mulder te trainen met de zogenaamde ‘leuke jongen’ Kees Koers.

“Net als ik was Kees een fanatieke sporter en we waren flink aan elkaar gewaagd. Buiten de lessen om maakten we steeds vaker afspraken om te tennissen. We werden beiden lid van TV Hoogerheide. Wat Kees betreft, was het liefde op het eerste gezicht. Ik zag hem in het begin alleen als sportvriend. Kees heeft echt zijn best moeten doen. We groeiden steeds meer naar elkaar toe en werden echte maatjes”, vertelt ze over haar grote liefde.

‘We hebben de hele wereld over gereisd om toernooien te spelen’

“We hebben de hele wereld over gereisd om rolstoeltennistoernooien te spelen: Japan, Australië, Florida, Nevada, Californië, Louisiana, Brazilië, Korea. Maar ook verscheidene toernooien in Europa. In het dubbelspel heb ik met wisselende partners veel toernooien gewonnen. In de mix heb ik met Kees veel Nederlandse Kampioenschappen gewonnen. Ook wel een paar toernooien in het buitenland, maar de mix stond niet zo vaak op het programma. We trainden altijd samen, dus we waren een sterke mix.”

In de single was haar hoogste notering 6 op de Wereldranking. “Dat was in 2000 net voor de Paralympische Spelen van Sydney. Helaas stonden er nog 4 Nederlandse meiden voor mij in de ranking waardoor ik afviel om mee te gaan, want er waren maar vier plaatsen op de Paralympische Spelen.” Tijdens diezelfde spelen in Sydney zou ook worden besloten of het dameszitvolleybal een Paralympische Sport zou worden.

Paralympische Spelen

“De bondscoach was in Sydney en belde me om 4.00 uur ‘s nachts op met de mededeling dat het doorging. Echt geweldig”, vertelt Djoke. Uiteindelijk ging ze in 2004 voor de eerste keer naar de Paralympische Spelen in het Griekse Athene, waar ze zilver won. Vier jaar later in Bejing in China won ze brons. In 2012 greep het team in Londen in Engeland naast de medailles en werd het vierde.

(Tekst gaat na de foto verder)


Djoke op de hometrainer bij haar thuis. (Foto: Bob Awick)

“Ik heb ontzettend mooie herinneringen aan de Paralympische Spelen. Iedere spelen hadden wel mooie en bijzondere dingen. Bijvoorbeeld de openingsceremonie. De eerste keer waren mijn vader en vriend mee. Ik dacht dat ik ze dan wel zou zien, maar dat is niet zo in een stadion met 70.000 tot 80.000 mensen. Dat was zo overweldigend en er zijn ook zoveel verschillende mensen uit al die deelnemende landen. Ook de sluiting in zo’n grote hal is bijzonder.”

Ze herinnert zich ook nog de ‘vreetschuur’ zoals ze de gelegenheid noemde waar alle atleten kwamen eten. “Wat ze er van wisten te maken, voor zoveel nationaliteiten. Ik kende uit het tennissen ook veel internationale sporters en kwam er een aantal tegen. Dat was leuk. Ook de huldiging van onze medaille en dat we later bij thuiskomst bij de koningin mochten komen en de burgemeester van Amsterdam, dat vergeet ik nooit. Dat we de Akropolis op konden met een lift en zo de geschiedenis konden bekijken.”

Vreselijk moment

Ook het moment dat ze jarig was en dat er bij een setwissel door iedereen voor haar werd gezongen zal ze nooit vergeten. “Een kippenvelmoment.” Daarnaast zijn er ook herinneringen aan een vreselijk moment van die eerste Paralympische Spelen. “Bij een van de wedstrijden zouden ook schoolkinderen komen kijken. Een van de bussen kreeg een aanrijding en daarbij zijn een aantal kinderen overleden. Ik moest bij die wedstrijd beginnen met serveren. We hebben toen afgesproken dat we na die eerste service zouden stoppen. Dat heeft veel indruk om mij gemaakt.”

China vond ze een heel bijzonder land. “Als we uitgespeeld waren, mocht je het land ook in. In heel China waren waarschijnlijk maar vijf blinde geleidehonden en met de spelen ineens heel veel. Dat was wennen voor ze. En als je met de rolstoel was, kwamen er van die oude mannetjes naar je toe, die je rolstoel wilden duwen. Alles was ook uitverkocht. Ze waren grote supporters, zoveel voor jou als voor de tegenpartij.”

‘We waren niet gekwalificeerd en waren in Canada voor een trainingsweek’

Ook in Londen was alles snel uitverkocht en kreeg ze gelukkig kaartjes voor de wedstrijden. “Coldplay speelde in Londen en ik herinner me nog dat we daar zo dichtbij konden komen.” Vervolgens kwam ook nog de onverwachte deelname aan de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro in Brazilië. “We waren niet gekwalificeerd en waren in Canada voor een trainingsweek. Canada ging wel naar de spelen en wilden een sterke trainingspartner. Ik de kleedkamer kregen we bericht dat Rusland uitgesloten werd vanwege een groot dopingschandaal. Wij waren tweede geworden tijdens het kwalificatietoernooi waar Rusland zich had gekwalificeerd.”

Deelname was toen nog niet zeker. “Dat zou bekend worden toen ik op mijn werk bij Visio was. Door mijn beperkingen zat ik inmiddels niet meer op de weverij, maar gaf ik les. Om 12.00 uur zou de beslissing vallen. Tegen mijn visueel beperkte leerlingen had ik gezegd dat ik mijn mobiel aan zou houden en als ze dus geluidjes hoorden, dat het van mijn mobiel kwam. De hele ochtend waren er piepjes en om 11.30 uur werd het heel stil. Om 12.05 uur volgde er een appje in het Engels. Ja, jullie mogen meedoen volgde er direct na. Een cliënt was aan het typen op een heel groot beeldscherm in hele grote letters. ‘Hoera voor Djoke’, stond er. Ze leven altijd heel erg met mij mee.”

Zo ging Djoke op haar 56ste nog een keer mee met de spelen. Ze werd er zesde. “Dat was balen, want we hadden beter gekund. “De openingsceremonie heb ik hier niet bijgewoond, want we moesten binnen 48 uur spelen. Dat waren de regels”, herinnert ze zich nog. Helaas maakte haar vriend Kees dat niet meer mee. “Hij heeft in 2013 een hartinfarct gekregen op de tennisbaan in Huizen. We waren aan het tennissen en ik heb het dus allemaal zien gebeuren. Er was direct hulp, maar het mocht niet baten. Ik heb Kees dus op de tennisbaan ontmoet, maar daar ook afscheid van hem moeten nemen…”

(Tekst gaat na de foto verder)


Enkele van de vele memorabilia die Djoke heeft van haar deelnamen aan de Paralympische Spelen. (Foto: Bob Awick)

Met volleybal stopte ze kort na haar laatste Paralympische Spelen. “Ik tennis wel nog steeds, maar wel veel minder dan vroeger. Het blijft een leuk spelletje. Vooral ook omdat je als roller goed kan meekomen met lopers. Ik ben lid van TV Huizen en in de winter speel ik met drie rollers in Barneveld.” Daarnaast houdt ze zich nu - fanatiek als altijd - bezig met triatlon. Ze begon met trainen hiervoor toen de Paralympische Spelen in Rio in de eerste instantie niet door zouden gaan voor haar.

Triatlon

In 2018 deed ze mee aan de 1/8 triatlon in Huizen en inmiddels heeft ze ook al meerdere keren een 1/4 triatlon achter de rug. “Op dit moment zit ik in team Trispiration met dames die allemaal geen beperkingen hebben. Vorig jaar hebben we geen triatlon gehouden, maar werd er een door onze eigen trainer opgezet. Die was dan 1 kilometer zwemmen in open water, 60 kilometer fietsen en 15 kilometer wheelen. In je eigen omgeving en dus coronaproof.”

Om het trainen leuk te houden nu er geen wedstrijden zijn, krijgen de dames elke maand een challenge. Van push-ups en planken, tot een aantal keer 100 kilometer fietsen, waarbij alles meetelt: de hometrainer, op een stellage met je fiets in de woonkamer of gewoon buiten. “Ik had in totaal 500 kilometer bij elkaar. Een leuke uitdaging.” Ook verzint de evenementencommissie grappige dingen, bijvoorbeeld trainen met een foto-opdracht, waarbij je verschillende dingen moet fotograferen, zoals een wipkip, boerderijdier, straatnaam met tri er in. “Wel 30 foto’s en die delen we dan op Facebook.”

(Tekst gaat na de foto verder)


Plezier heeft Djoke altijd, gewoon in het leven of zoals hier bij The Island Trispiration Triatlon in 2019. (Foto: Sonja Jaarsveld)

Ook al is ze nu 61, ze blijft zichzelf uitdagen. “Ik wil nog kijken of ik een halve triatlon kan doen. Mijn broer helpt me altijd en is nu bezig om een drinksysteem te monteren op mijn wheeler. Dat heb je dan wel nodig.” Ook gaat ze binnenkort weer langs bij scholen. “Ik ben aangesloten bij toppers bij jou op school. Hier zijn allerlei atleten bij aangesloten. Dan neem ik mijn bronzen medaille mee om te laten zien.”

“Als de leerlingen me aan zien komen, dan zie ik ze denken ‘zielig’, maar als ik dan vertel wat ik allemaal gedaan heb, dan zie ik glinsteringen in hun ogen verschijnen. Ik leg ze dan uit dat ik dankzij mijn beperkingen al deze bijzondere dingen heb kunnen doen en zeg dat hun dat ook kan overkomen. Dan zie ik ze denken. Het gaat erom dat je jezelf uit blijft dagen in wat je wel kunt doen.”

‘Ik denk dat als ik 90 ben ik vast ook nog wel mijn scootmobiel zou opvoeren’

“Zo ben ik laatst toch maar de Stichtse Brug opgegaan met mijn wheeler. Is was bang voor de snelheid als ik er af zou komen. Dat viel eigenlijk reuze mee. Nu ga ik het zeker vaker doen.” Op de vraag of ze ooit een leven zonder sporten voor zich ziet denkt ze even na. Dan begint ze te lachen. “Ik denk dat als ik 90 ben ik vast ook nog wel mijn scootmobiel zou opvoeren en er wedstrijdjes mee zou doen.”